Tickets kopen Plan je bezoek

Cannabis QR wandeling

Ontdek waarom cannabisgeschiedenis ook jouw geschiedenis is!

Klik op de onderstaande locaties om te lezen welke rol cannabis heeft gespeeld op die plek. Je bent ongeveer anderhalf uur onderweg als je de hele ronde wandelt. Je cannabiskennis zal vertwaalfvoudigen, en je zal bovendien prachtige plekjes in het centrum van Amsterdam ontdekken. We raden je aan af en toe een bankje te zoeken om wat bijzonder videomateriaal te bekijken in de links in de tekst (maar dat mag ook thuis als het regent).

Veel plezier bij je wandeling!

1. Hash Marihuana & Hemp Museum
2. Sensi Seeds Seedbank
3. Bulldog
4. Varkenssluis
5. Spinhuis
6. Apotheek W.H. van der Meulen
7. Fantasio
8. Scheepvaartmuseum
9. Lowlands Weed company
10. Lijnbaan van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie
11. Hortus Botanicus
12. Rembrandthuis

Oudezijds Achterburgwal 148

Hash Marihuana & Hemp Museum

Hier, op het randje van de Amsterdamse wallen, opende cannabis-ondernemer Ben Dronkers samen met zijn vriend Ed Rosenthal, in 1987 het Cannabis Info Museum. Lang voordat het massatoerisme de buurt ontdekte, wilden Ben en Ed hun persoonlijke cannabiscollectie en hun passie voor de plant delen. “We willen de erkenning van deze uitzonderlijke plant vergroten door bezoekers het verleden, het heden en de toekomst ervan te laten zien”, aldus Dronkers.

De Nederlandse minister van Justitie vond echter dat het nieuwe museum illegale activiteiten promootte en sloot het een dag na de officiële opening. Het was groot nieuws in de nationale media. Maar Ben was het er niet mee eens en hij kreeg gelijk van de rechter. De deuren gingen een dag later weer open.

Het museum, dat later tot het Hash Marihuana & Hemp Museum werd omgedoopt, heeft inmiddels meer dan 9.000 objecten en al miljoenen bezoekers gehad. Een deel is te zien in twee locaties hier op de gracht in Amsterdam, maar ook bij een hennepmolen in de Zaanstreek en in een stadspaleis in Barcelona.

Kijk hier voor een virtuele tour door het museum.

Oudezijds Achterburgwal 150

Sensi Seeds Seedbank

Iedere cannabisplant begint met een klein zaadje. Net zoals er allerlei druivensoorten zijn, zo zijn er duizenden verschillende soorten wietzaadjes die allemaal uitgroeien tot planten met specifieke kenmerken en effecten. Ondernemende cannabisliefhebbers hebben ze verzameld in zogenaamde ‘zadenbanken’, om ze te bewaren en om er door kruisingen nieuwe soorten mee te kunnen ontwikkelen.

Je staat hier voor de winkel van Sensi Seeds, een van de grondleggers van de internationale cannabiszadenindustrie, in 1985 opgericht door museumdirecteur Ben Dronkers. Ben was gefrustreerd geraakt door de eeuwige strijd met justitie vanwege de semi-legale status van de cannabisverkoop in Nederland. Op zoek naar een alternatief vond hij een gat in de wet: de zaden kan je volledig legaal verkopen omdat ze worden gezien als souvenir. Tegenwoordig heeft het bedrijf meer dan 500 verschillende soorten genetica. De Nederlandse overheid selecteerde een aantal soorten van Sensi Seeds voor het ontwikkelen van medicinale cannabis die op recept verkrijgbaar is in Nederlandse apotheken.

Kijk hier naar een interview met Ben Dronkers (Engels).

Oudezijds Voorburgwal 90

3. Bulldog

Op de gevel van coffeeshop The Bulldog staat in grote letters de openingsdag: 17 december 1975. Hoewel de allereerste coffeeshop (Sarasani) in 1968 in Utrecht werd opgericht, was de Bulldog (genoemd naar de hond Joris van eigenaar Henk de Vries).er toen zeker zeer vroeg bij. De Vries had de smaak te pakken gekregen nadat hij in 1970 wiet had verkocht op het driedaagse Holland Pop Festival in het Kralingse Bos in Rotterdam, de Nederlandse versie van Woodstock. Maar liefst 9 kilo in een weekend. Het was de eerste keer dat er onder het toeziend oog van de politie zo grootschalig wiet en hasj werden gerookt. Eind 1975 nam De Vries de winkel van zijn vader over, een seksshop op de Wallen. Alle speeltjes gingen eruit, en de Vries vormde de winkel om tot coffeeshop. Deze huiskamer voor cannabisliefhebbers van over de hele wereld is sindsdien uitgegroeid tot een internationale keten.

Luister naar het levensverhaal van Henk de Vries.

Copyright Floris Leeuwenberg.

Brug Damstraat – Oude Doelenstraat

4. Varkenssluis

In Nederland kan je sinds de jaren zeventig wiet en hash kopen in coffeeshops. Dat wordt gedoogd. Voor die tijd was in de ogen van justitie alle drugs nog hetzelfde. Het gebruiken of verhandelen van softdrugs zoals marihuana of hasj, die veel minder persoonlijke en maatschappelijke schade aanricht, was even strafbaar als harddrugs, zoals heroïne en cocaïne.

Daar kwam verandering in dankzij CDA-premier Dries van Agt. Hij wijzigde de Opiumwet in 1976, want vond dat drugsgebruik moest worden benaderd als een gezondheidsprobleem en niet als misdaad. Je mocht een beetje wiet of hash voor eigen gebruik bezitten. Coffeeshops, die vaak al een ‘huisdealer’ hadden, mochten het in kleine hoeveelheden verkopen. Er waren duidelijke regels om een veilige omgeving te creëren, zoals controle op leeftijd (alleen 18+) en een verbod op het adverteren van het aanbod.

De inkoop van cannabis door coffeeshops aan de achterdeur en de grootschalige productie werden toen echter niet gereguleerd. Een grote misser, zo heeft Van Agt zelf later ook vaak gezegd. Er is daardoor een schimmig en crimineel circuit ontstaan, juist omdat de overheid nooit de stap tot volledige legalisering heeft genomen.

Op straat heerste tijdens de geboortejaren van het gedoogbeleid de rauwe realiteit van het illegale harddrugscircuit. Er was een vrij openlijke handel in harddrugs, zoals op deze brug, in de volksmond de ‘pillenbrug’ genoemd. In de jaren zeventig en tachtig was het hier een komen en gaan van verslaafden en dealers.

Copyright Floris Leeuwenberg.

Oudezijds Achterburgwal 185

5. Spinhuis

Het niet psychoactieve zusje van cannabis wordt industriële hennep genoemd. Hennep werd (en wordt) onder meer geteeld voor de sterke vezels rondom de stam. Vroeger werden aan het spinnewiel die ruwe hennepvezels omgevormd tot sterke garens: het basismateriaal voor kleding, zeilen, touwen, alles wat maar robuust en stevig moest zijn.

Het spinnen was voor sommigen een bron van inkomsten, voor anderen een straf. Het Spinhuis hier aan de Oudezijds Achterburgwal was een tuchthuis voor vrouwen, opgericht in 1597 in een deel van een voormalig klooster. “Om schamele meyskens, maegden en vrouwen t bedelen, leechgaen en doolwech te schuwen, is dit spinhuis hier gesticht”, stond er boven de toegangspoort.

Ook jongedames die zich in bordelen en herbergen aan hoererij schuldig maakten, wegens dronkenschap waren opgepakt of overspel hadden gepleegd, werden hier aan het werk gezet, “om getucht en gebetert te worden”. Het Spinhuis had niet mis te verstane ambities dus! Naast wol en vlas werd is hier ook kilometers hennep gesponnen voor straf.

Geldersekade 84a

6. Apotheek W.H. van der Meulen

Dit is waarschijnlijk de oudste apotheek van Nederland. Vanaf 1696 hebben hier een reeks apothekers onafgebroken hun beroep uitgeoefend.

Medicinale cannabis ontbrak vroeger niet in het aanbod. In 1839 introduceerde de geniale Ierse wetenschapper Dr. William Brooke O’Shaughnessy (1809-1889) het eeuwenoude Indiase medicinale gebruik van cannabis in de westerse wereld. Op basis van zijn publicaties maakten apothekers medicijnen met cannabisextract, vaak gecombineerd met andere opiaten en kruiden – soms zelfs met cocaïne.

Artsen schreven de recepten voor aan jong en oud voor de meest uiteenlopende aandoeningen. Een paar druppels vermengd met warm water was een goede remedie tegen likdoorns, kraampijn, hysterie, menstruatieklachten of spierspasmen ten gevolge van epilepsie.

In het midden van de negentiende eeuw maakte vrijwel elke plaatselijke apotheek zijn eigen tinctuur, een rol die later werd overgenomen door farmaceutische bedrijven. Na opiaten was cannabis het meest gebruikte ingrediënt in de medicijnen die verkrijgbaar waren in Europese en Amerikaanse apotheken.

Lees meer over medicinale cannabis.

Prins Hendrikkade 142

7. Fantasio

Een dag voor de opening van Paradiso bij het Leidseplein, ging hier op 29 maart 1968 club Fantasio open. Paradiso vestigde zich in een kerk, Fantasio kwam in plaats van een buurthuis/jongerencentrum. Beide locaties waren vanaf het begin verbonden aan de protest- en hippiebeweging. Fantasio organiseerde popconcerten en performances: Pink Floyd trad er op.

Als symbool van verzet tegen de alcohol drinkende gevestigde orde, werd het gebruik en de kleinschalige handel van (toen nog voornamelijk) hasj tot op zekere hoogte gedoogd. Coffeeshops bestonden nog niet, dus jongeren kwamen hier speciaal heen om softdrugs te kopen en consumeren.

De lokale Amsterdamse politiek was hier niet onverdeeld enthousiast over. Het gebruik van softdrugs wilde men inperken, ‘[…] niet alleen ter bescherming van de jeugd, die op dit punt reeds bedorven is, maar ook van de jeugdigen, die uit nieuwsgierigheid zich morgen of overmorgen ten aanzien van het gebruik van “drugs” aan experimenten wagen.’

De progressieve omgang met hasj en wiet van Fantasio en Paradiso vond veel navolging bij andere jongerencentra in heel Nederland. Joint na joint werd hiermee de basis gelegd onder het Nederlandse gedoogbeleid.

Kattenburgerplein 1

8. Scheepvaartmuseum

Het Scheepvaartmuseum is in 1655-56 gebouwd als ‘’s Lands Zeemagazijn’ van de Admiraliteit van Amsterdam. Het schip De Amsterdam, dat ernaast ligt, was het belangrijkste en grootste type goederenschip van de VOC; de Vereenigde Oost-Indische Compagnie.  Hennep was na hout het meest gebruikte materiaal voor de scheepsbouw. Geen andere natuurlijke vezel is zo bestand tegen de krachten van de open zee en de inwerking van zout water. Hennep werd gebruikt voor zeilen, tuigage en ander scheepstouw.

Hennep werd tevens behandeld met teer en gebruikt om de naden tussen de planken van de scheepsromp te dichten en het schip zo waterdicht te maken. Dit procedé heet breeuwen. De kleding van zeelui was niet zelden gemaakt van hennep en de kapitein hield zijn logboek bij op henneppapier. Dankzij lampen met hennepolie kon de bemanning benedendeks in de Bijbel (gedrukt op henneppapier) lezen.

Hennep stond centraal in een bewogen periode uit de Nederlandse geschiedenis, de ‘Gouden Eeuw’. Bij de recente restauratie van De Amsterdam is deze replica met vier kilometer hennepvlas weer waterdicht gemaakt.

Tegenover Wittenburgergracht 3

9. Lowlands Weed company

De legendarische figuur Kees Hoekert (1929-2017) stond aan de basis van de moderne cannabiscultuur in Nederland. Met kunstenaar Robert-Jasper Grootveld (1932-2009), die bekend is van zijn provo-happenings op het Spui, richtte Hoekert in 1969 de Lowlands Weed Company op.

Ze kweekten duizenden hennepplanten op het dak van Hoekerts’ woonboot de Witte Raaf, die vroeger hier lag op de Wittenburgergracht, direct tegenover een politiebureau. De stekjes verkochten ze voor een gulden (ongeveer een halve euro), strevend naar de ‘verhenneping’ van de maatschappij.

Hoekert ontving de ene dagvaarding na de andere, maar keer op keer redde hij zichzelf door zijn humoristische redenering in de rechtbank. Zo stond er in de Nederlandse wet dat je de bloemen van vrouwelijke cannabisplanten (de marihuana die je in coffeeshops kan kopen) niet mag drogen. Hoekert verdedigde zich tegen de rechter: “Ik heb de bloemen niet gedroogd, ze zijn gedroogd! Ik gooide ze in een hoek en dan drogen de bloemen vanzelf.” De rechter vond het een mooie vondst en Kees werd weer vrijgesproken.

Kijk hier naar het verhaal van de Lowlands Weed Company.

Oostenburgergracht 75-77

10. Lijnbaan van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie

De Lijnbaan van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, later ook wel Suikerhuis genoemd, is gebouwd in 1660. Het pand diende oorspronkelijk als kantoor en voorgebouw van de lijnbaan (touwslagerij) van de VOC. Hier werden ook touw en hennep opgeslagen, want touw was vanwege de intensieve scheepvaart en de visserij een van de belangrijkste producten die werd gemaakt van industriële hennep. In de werkplaatsen draaiden touwslagers gesponnen garens ineen tot sterke touwen.

De benodigde vezels werden vooral geïmporteerd uit Rusland of Frankrijk. Soms werd Nederlandse hennep gebruikt, maar die was van mindere kwaliteit. Die hennep groeide vooral in Zuid-Holland, op kleine perceeltjes naast boerderijen omring door knotwilgen, de zogenaamde ‘kenneptuinen’.

Touwslagerijen lagen meestal in havensteden, of in steden als Amsterdam, die via een rivier goed verbonden waren met de zee. Om een lang touw te maken was lengte nodig. Daarvoor werden hele grachten ingericht met lijnbanen van soms wel 300 meter lang, zoals ook de Lijnbaansgracht in Amsterdam.

Plantage Middenlaan 2a

11. Hortus Botanicus

In de zeventiende eeuw waren kruiden van levensbelang voor de Amsterdamse gezondheidszorg. Bij de oprichting van de Hortus in 1638 was het dan ook logisch dat geneeskrachtige planten de kern van de collectie vormden, de Hortus Medicus. De Hortus heeft vandaag de dag een unieke tuin met geneeskrachtige planten die er in 1646 werden gekweekt, gecreëerd met behulp van hun eerste catalogus. Hoewel cannabis hier momenteel niet groeit, was dit vroeger wel zo – zoals te verwachten van een van ‘s werelds meest waardevolle medicinale planten.

De Hortus Botanicus is een van de oudste botanische tuinen ter wereld. Ze hebben een enorme collectie planten en zaden, verzameld van over de hele wereld. Het geheel is een lofzang op de botanische wetenschappen en een herinnering aan het koloniale verleden van Nederland. Kijken naar het verleden van planten is net zo belangrijk als kijken naar hun toekomst, iets wat het boek Weed of Wonder perfect illustreert!

Jodenbreestraat 4

12. Rembrandthuis

De beroemdste Nederlandse schilder Rembrandt van Rijn woonde in de zeventiende eeuw in dit huis. Of Rembrandt ooit cannabis heeft gerookt is onbekend, maar schilderende tijdgenoten zoals Adriaen Brouwer hielden er wel van om de destijds dure tabak aan te lengen met de gedroogde bloemen van hennep uit Zuid-Holland. Dat was een bijproduct, want hennep werd vooral geteeld voor de sterke vezels rondom de stam van de plant.

Van garens van die vezels werden zeildoeken gemaakt. Dat was in de zeventiende en achttiende eeuw een van de grootste industrieën in de Zaanstreek, een regio net boven Amsterdam. Je kunt er nu nog in het dorpje Assendelft een molen bezoeken waar hennepstengels worden fijn gebeukt. Net zoals vroeger: hennepgeschiedenis komt er tot leven!

Maar Rembrandt was geen molenaar dus wat heeft hij hiermee te maken? Naast zeildoek werd er ook schilderdoek van gemaakt van de hennep. Dat doek heette canvas, een woord afgeleid van het Franse woord canefas, wat op zijn beurt weer is te herleiden naar het woord ‘cannabis’.

Blijf op de hoogte

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang als eerste nieuws over het museum, tentoonstellingen en evenementen.