Hasj in Griekenland

In 1932 kreeg de Franse auteur Francis Carco (1886-1958), die voor diverse kranten werkte, de opdracht om over twee van zijn favoriete thema’s te schrijven: prostitutie en drugs rond de Middellandse Zee. Voor zijn reportages bezocht hij achtereenvolgens de achterbuurten van Barcelona, Athene, Esmirna, Istanbul, Beirut, Alexandria en Cairo.

Hasjcafé in Piraeus

Zijn in het Hash Marihuana & Hemp museum tentoongestelde reisverslag “Haschisch” over een hasjcafé in Piraeus, de haven van Athene, begint als volgt: “Ik was met een politieagent en we wandelden tijdens een donkerblauwe avond langs de kades van Piraeus, toen ik opeens op het idee kwam om een hasjcafé te bezoeken. Ze hadden me verteld dat hasjcafés wijdverspreid zijn in Griekenland. Ik was zelfs in het bezit van enkele adressen. Mijn metgezel glimlachte. ‘U weet wel’, zei hij, ‘dat de cafés die u noemt nu gesloten zijn. We voeren een genadeloze oorlog… Desalniettemin…’”

Zoete dagdromen

Na een avontuurlijke taxirit komen de twee mannen bij een armoedige woning van een grijsaard, die van niets lijkt te weten en zelfs de politie roept. Francis Carco en zijn persoonlijke gids besluiten hun geluk elders te zoeken en hasj te scoren in de buurt van het treinstation. Ze komen terecht bij een huisje langs het treinspoor. Hier woont een Siciliaan, die hen een tsimbouki (het Griekse woord voor waterpijp) aanbiedt. Na drie hijsen voelt de Fransman eerst niets, maar dan kickt het effect van de hasj plots in. De politieagent biedt hem een sinaasappel aan: “Er is geen beter tegengif.” Maar Francis Carco was al volledig bedwelmd. “Ik ervoer de gitaarklanken alsof ze afkomstig waren uit een andere wereld. Ze vervulden mij met zoete dagdromen. (…) En toen ik mijn ogen opende, zag ik op de muur een simpele tekening van de Akropolis, het naïeve beeld leek me zo wonderbaarlijk dat ik me er daadwerkelijk waande. Ik had meer sinaasappels nodig.”

Bedreiging voor de samenleving

Reeds in 1890 werd cannabis in Griekenland illegaal verklaard, toen het ministerie van Binnenlandse Zaken een verbod op import, verkoop en gebruik van hasj uitvaardigde vanwege “de directe bedreiging die het vormt voor de samenleving”. Ondanks dit verbod bleef cannabisteelt op het meer geïsoleerde platteland veel voorkomen. Zo rond 1915 was de productie van hasj volgens de Franse avonturier en schrijver Henry de Monfreid (“Hashish: A Smuggler’s Tale”, 1933) de belangrijkste inkomstenbron voor boeren op het Griekse schiereiland Peloponnesos. Elke boerderij had zijn eigen variant en net als bij wijn waren er goede en slechte jaren.

Share: 
Facebook icon
Twitter icon
Pinterest icon
On display here: 

Veel tentoongestelde objecten in onze musea refereren aan de culturele aspecten van het cannabisgebruik. Pijpen en andere rookapparaten van over de hele wereld demonstreren hoe en waarom in verschillende culturen marihuana en hasj werden gerookt.

"Marijuana is a useful catalyst for specific optical and aural aesthetic perceptions. I apprehended the structure of certain pieces of jazz and classical music in a new manner under the influence of marijuana, and these apprehensions have remained valid."

Cannabis heeft een lange geschiedenis als inspiratieopwekkend of –vergrotend middel voor kunstenaars, filosofen, musici en andere creatievelingen. Kunst en cannabis gaan goed samen.